Thuis en Gebouwen
Thuis is de plek waar je woont. Je moet je er veilig, prettig en zelfstandig kunnen voelen. Inclusie betekent dat je de kans krijgt om zo lang mogelijk in je eigen huis en wijk te blijven wonen, ook als je ouder wordt of een beperking hebt.

1. Het Huis Zelf
Een huis is inclusief als het zo gebouwd is dat het mee kan groeien met wat je nodig hebt. Dit heet een levensloopbestendige woning.
- Geen Hoge Drempels: Een inclusief huis heeft weinig of geen opstapjes bij de deuren. Zo kun je makkelijk met een rolstoel, rollator of kinderwagen naar binnen.
- Ruime Badkamer en Toilet: De badkamer en het toilet moeten groot genoeg zijn, zodat je er later misschien hulpstukken (zoals beugels of een douchestoel) in kunt plaatsen.
- Aanpassingen: Als je ouder wordt of ziek bent, moet je gemeente je kunnen helpen om je huis aan te passen. Denk aan een traplift, het verlagen van het aanrecht of een bredere deur.
2. De Wijk, buurt en openbare gebouwen
Thuis is meer dan alleen je huis; het is ook de straat en de buurt eromheen.
- Voorzieningen dichtbij: Je moet zelfstandig naar de bakker, de supermarkt of de huisarts kunnen. Dit betekent dat die voorzieningen niet te ver weg zijn en dat het pad erheen goed begaanbaar is (zie ook de tekst over de openbare ruimte).
- Ontmoeten: De buurt moet plekken hebben waar mensen elkaar makkelijk kunnen ontmoeten, zoals een toegankelijk wijkcentrum of een park met goede paden en bankjes.
- Veiligheid en Hulp: Je moet je veilig voelen. Het is fijn als er buren zijn die een beetje naar elkaar omkijken en je kunt helpen als dat nodig is.
- Openbare gebouwen: Gebouwen als bijvoorbeeld het gemeentehuis en sporthal Triominos, maar ook wijk -en buurtcentra zijn drempelloos toegankelijk zodat iedereen op dezelfde manier naar binnen kan en zich welkom voelt.