Terug naar hoofdinhoud

Vervoer en openbare ruimte

Inclusie betekent dat iedereen makkelijk moet kunnen meedoen in de samenleving. Om ergens te komen, heb je twee dingen nodig: vervoer en een openbare ruimte waar je je kunt bewegen.

Openbare Ruimte (De Buitenruimte)

De openbare ruimte is alles buiten: de stoepen, de straten, parken, pleinen en de bushaltes.

Een buitenruimte is inclusief als je je veilig en zelfstandig kunt verplaatsen, zonder hulp van anderen.

  • Geen Drempels: Stoepen moeten glad zijn en op gelijke hoogte liggen met de straat, zonder opstapjes. Dit is belangrijk voor mensen in een rolstoel of met een rollator.
  • Vrije Paden: Er mogen geen fietsenrekken, reclameborden of vuilnisbakken in de weg staan. Vooral mensen die slecht zien, moeten makkelijk hun weg kunnen vinden.
  • Hulplijnen: Duidelijke strepen of tegels met ribbels op de grond (geleidelijnen) helpen mensen die blind of slechtziend zijn om de route te volgen.
  • Zitplekken: Er moeten genoeg bankjes zijn, zodat ouderen of mensen die snel moe zijn even kunnen rusten.

Vervoer

Vervoer is belangrijk om naar je werk, een hobby of een afspraak te gaan.

Vervoer is inclusief als alle soorten vervoer (bus, tram, trein, taxi) te gebruiken zijn voor iedereen.

  • Openbaar Vervoer (OV): Bussen en trams moeten lage vloeren hebben (lage instap) en er moet plek zijn voor rolstoelen of kinderwagens. Haltes moeten goed bereikbaar zijn, zonder gevaarlijke opstapjes.
  • Informatie: De reisinformatie (op schermen en in apps) moet duidelijk en makkelijk te lezen zijn, ook voor mensen met leesproblemen of die slecht zien.
  • Aangepast Vervoer (WMO-vervoer): Als het gewone openbaar vervoer niet lukt, moet de gemeente zorgen voor speciaal vervoer (zoals een WMO-taxi) waarmee mensen toch hun bestemming kunnen bereiken.

Kortom, een inclusieve gemeente zorgt ervoor dat iedereen mobiel (bewegelijk) kan zijn. Je moet overal kunnen komen waar je wilt zijn, zonder dat een stoeptegel of een te hoge instap van de bus je tegenhoudt.