Toegankelijke informatie
Overal om ons heen krijgen we informatie. Via berichten en e-mails op mobiele telefoon, tablet of computer, maar ook per brief, via folders en via filmpjes. Het thema toegankelijke informatie gaat over de manier waarop we informatie aan onze inwoners geven. Dat gaat over de informatie en diensten die we via de website aanbieden, maar ook via berichten zoals filmpjes op sociale media of brieven die per post verzonden worden en brochures die we op papier aan onze inwoners verstrekken.

Toegankelijke informatie is informatie die zo wordt aangeboden dat iedereen deze kan waarnemen, begrijpen, navigeren en gebruiken, ongeacht hoe ze waarnemen, denken, of welke hulpmiddelen ze gebruiken.
De Link met Inclusie
Inclusie betekent dat alle mensen volwaardig en gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij, het werk, of een organisatie.
Zonder toegankelijke informatie is inclusie onmogelijk. Je kunt immers niet meedoen aan een vergadering, een sollicitatie indienen, of de dienstregeling van de bus begrijpen als de essentiële informatie:
- Niet te bereiken is: Bijvoorbeeld een formulier dat niet ingevuld kan worden met spraaksoftware.
- Niet te begrijpen is: Bijvoorbeeld een brief vol juridisch jargon.
- Niet te waarnemen is: Bijvoorbeeld een video zonder ondertiteling voor dove mensen.
Toegankelijke informatie is dus de basisvoorwaarde om drempels weg te nemen en gelijke kansen te creëren.
De Vier Pijlers van Toegankelijkheid (WCAG)
Om informatie écht toegankelijk te maken, wordt vaak gewerkt met vier universele principes (bekend als de WCAG-richtlijnen voor webtoegankelijkheid). Deze kunnen we eenvoudig vertalen:
1. Waarneembaar (Iedereen moet het kunnen Zien of Horen)
Dit principe zorgt ervoor dat de informatie kan worden waargenomen, ook al heeft iemand moeite met zien of horen.
- Alternatieven voor Zicht: Afbeeldingen, grafieken en video's moeten een tekstueel alternatief hebben (bijvoorbeeld alt-tekst of een audiodescriptie), zodat mensen die blind of slechtziend zijn de inhoud via een schermlezer kunnen horen.
- Alternatieven voor Geluid: Video's of podcasts moeten altijd voorzien zijn van ondertiteling of een volledig uitgeschreven tekstversie.
- Contrast: Er moet voldoende kleurcontrast zijn tussen de tekst en de achtergrond, zodat mensen met kleurenblindheid of een visuele beperking de tekst gemakkelijk kunnen lezen.
2. Bedienbaar (Iedereen moet erdoorheen kunnen Navigeren)
Dit principe zorgt ervoor dat de gebruiker de informatie en de website of app waar deze op staat, kan bedienen.
- Toetsenbord Navigatie: Alles moet bedienbaar zijn met het toetsenbord alleen, omdat veel mensen met motorische beperkingen of schermlezers geen muis kunnen gebruiken.
- Genoeg Tijd: De gebruiker moet genoeg tijd krijgen om informatie te lezen of formulieren in te vullen (bijvoorbeeld: geen tijdslimiet voor inloggen of een aankoop).
- Duidelijke Structuur: De navigatie moet logisch zijn. Je moet weten waar je bent en hoe je terugkomt (bijvoorbeeld: duidelijke koppen, titels en leesvolgorde).
3. Begrijpelijk (Iedereen moet de Inhoud kunnen snappen)
Dit principe gaat over de inhoud zelf en de manier waarop die wordt gepresenteerd.
- Eenvoudige Taal: Gebruik begrijpelijke taal (B1-niveau). Vermijd jargon, ingewikkelde zinnen en vaktaal, tenzij je die duidelijk uitlegt.
- Consistentie: Gebruik altijd dezelfde woorden voor hetzelfde begrip en zorg voor een vaste, voorspelbare indeling van formulieren en websites.
- Hulpmiddelen: Zorg ervoor dat de informatie betrouwbaar en foutloos is, zodat hulpmiddelen (zoals schermlezers of vertaalsoftware) de tekst correct kunnen verwerken.
4. Robuust (Het moet op verschillende apparaten werken)
Dit principe zorgt ervoor dat de informatie stabiel en betrouwbaar is en werkt op verschillende technologieën, nu en in de toekomst.
- Compatibiliteit: De informatie moet goed functioneren op verschillende browsers, besturingssystemen en, vooral, met ondersteunende technologie (bijvoorbeeld: verschillende soorten schermlezers, vergrotingssoftware, brailleleesregels).